_7003653

Slimmer trainen met ruitervoorkeuren

Ooit van ruitervoorkeuren gehoord? Niet? Dan gaat er waarschijnlijk na het lezen van dit artikel een wereld voor je open, want door gebruik te maken van je eigen ruitervoorkeuren kan je je ruitertechniek aanzienlijk verbeteren. “Slim trainen”, noemt initiatiefneemster Suzanne Heemskerk dit. Ontdek dus snel wat ruitervoorkeuren zijn en hoe jij dit kan inzetten om een nog betere ruiter of amazone te worden.

Suzanne Heemkerk had altijd al interesse in het feit dat iets bij de ene leerling heel makkelijk ging terwijl het voor de ander heel hard werken was. “In de praktijk leer je wat wel en niet werkt, maar ik wilde weten waar dit vandaan kwam. Het benoemen als talent, vond ik te makkelijk. In mijn zoektocht naar antwoorden kwam ik bij de opleiding voor Action Types dat zich focust op leer- en bewegingsvoorkeuren van sporters. Dit gaf mij veel inzichten en maakte mij goed duidelijk dat niet iedereen in hetzelfde keurslijf kan worden geplaatst. Ik ben internationaal gecertificeerd en daaruit is het concept ruitervoorkeuren gevloeid waarmee ik ruiters en instructeurs help om zichzelf te verbeteren.”

Jouw ideale ruitertechniek

Volgens Heemskerk zijn we allemaal uniek in ons gedrag, doen en laten, maar ook in ons bewegen. “Hierdoor is er geen ideale ruitertechniek, maar wel jouw ideale techniek. Kijk maar eens naar verschillende topruiters. Ze hebben allemaal hun eigen houding, beweging en techniek. Van nature zijn er dus bewegingen die juist wel en helemaal niet bij jou passen en spiergroepen die je makkelijker inzet dan andere. Als je van jezelf weet wat je voorkeuren zijn dan geeft dat je veel gemak bij het rijden, omdat je vervolgens precies weet hoe jij jezelf moet stabiliseren. We willen immers allemaal onafhankelijk zitten en bewegen. Als je weet welke spiergroepen of lichaamsdelen jij moet aanspreken om dit voor elkaar te krijgen bij jezelf dan kun je vaak met een hele kleine verandering een enorme impact teweegbrengen in je houding, zit en functioneren als ruiter.” Nog iets waar het gebruik van de juiste spieren een enorme invloed op heeft is de aanspanning en ontspanning. “Ruiters proberen zo goed mogelijk op hun paard te zitten, waardoor ze hun eigen ontspanning vergeten.”

Hoe stabiliseer jij je?

Interessant die ruitervoorkeuren, maar hoe weet je wat jouw voorkeuren zijn? Door middel van een test met stabilisatieoefeningen heeft Heemskerk een manier gevonden om erachter te komen hoe jij je stabiliseert. “Of je bijvoorbeeld grote of kleine spiergroepen sneller gebruikt. We willen namelijk weten welke spieren leidend zijn voor jouw functioneren en welke dit ondersteunen. Maar ook het lichaamsdeel dat jij als eerst inzet om stabiliteit te creëren is een belangrijk gegeven. Wanneer je bijvoorbeeld rompstabiliteit wilt dan legt bijna iedereen de focus op het bekken, maar bij sommige ruiters wordt dit alleen nog maar moeilijker als ze zich op hun bekken focussen. Terwijl als je bij zo’n persoon de plaatsing van de schouders verandert, dan komt er ineens wel souplesse in dat bekken en valt het kwartje pas. Wanneer je bewust bent van je ruitervoorkeuren kan je erachter komen wat werkt en wat niet en kan je door de juiste aanwijzingen in je positie je ruitergevoel enorm vergroten. Met een groter ruitergevoel kan jij bovendien beter de kleine signalen van je paard oppikken en kan je fijner communiceren met meer harmonie en kleinere hulpen.”

Asymmetrische ruitervoorkeuren

Op de vraag of scheefheid van de ruiter ook een ruitervoorkeur is, geeft Heemskerk het volgende antwoord: “Het is vanuit je ruitervoorkeuren verklaarbaar waarom een ruiter inknikt of scheef gaat zitten omdat het vaak tijdens het hele rijden dezelfde kant op is. We zijn niet allemaal symmetrisch en bepaalde voorkeuren kunnen ervoor zorgen dat we aan de ene kant van ons lijf meer activiteit hebben. We gaan vaak inknikken of scheef zitten wanneer de rompstabiliteit niet goed genoeg is en dan wordt het scheef zitten een compensatie van je lijf. Als we vanuit de ruitervoorkeuren de rompstabiliteit gaan verbeteren dan zie je de scheefheid vaak binnen dezelfde training nauwelijks meer terug. Als je de juiste spieren aanspreekt en beweegt vanuit een souplesse die voor jou werkt dan verandert de asymmetrie van inknikken of scheef zitten naar een heel klein drukverschil op de beugels of zitbeenknobbels. Het verschil is dan zo weinig dat het niet meer opvalt en ook voor het paard veel fijner is.” Volgens Heemskerk is harder trainen dus niet per definitie de juiste oplossing, maar slimmer trainen des te meer.

 

Lees ook hoe je galoptraining in kan zetten of hoe je er voor kan zorgen dat je foutloos rijdt.