vergroot tommierob

Management van een toppaard

Achter de schermen zijn we hard bezig om voor Horse Event wederom de leukste clinicgevers te regelen. Wie we sowieso kunnen verwachten zijn Tommie Visser en Rob van Puijenbroek. En in dit artikel zal Rob een voorproefje geven door alvast het een en ander te vertellen over het management van een toppaard.

Dat management komt bij een toppaard erg nauw en is niet altijd makkelijk. Volgens Rob van Puijenbroek van de Begijnhoeve is het belangrijkste aspect hierin het kennen van je paard. “Dat doe je natuurlijk niet van de ene op de andere dag, maar het traject naar de top is vaak een langere weg waarin jij je paard goed leert kennen. Zijn gedrag, wat hij fijn vindt, maar ook bijvoorbeeld hoe hij reageert tijdens de warming-up. Als je als ruiter voelt of ziet dat er iets anders is dan normaal, dan is er negen van de tien keer ook iets aan de hand. Je eerste gevoel is meestal juist, dus blijf ook vooral altijd je gevoel volgen. Omdat wij ook paarden fokken is het voor ons nog makkelijker om ze beter te kennen. Je volgt hun ontwikkeling immers al vanaf veulen en je ziet ook veel familietrekjes terug. Dat maakt het niet alleen maar leuker, maar ook makkelijker. Wij leren ook door het maken van fouten. Lukte iets eerder bij een bepaald type paard niet op een bepaalde manier en lijkt het of zijn zusje nu dezelfde aanpakt vergt, dan kunnen we hier door de ervaring beter op inspelen.”

Teamwork

Kijk dus goed naar je paard en doe dit vooral met het hele team, is het advies van Rob. “Wij hebben hier ook grooms die de paarden door en door kennen en die voordat wij opstappen al waardevolle informatie over wondjes of verminderende fitheid met ons kunnen delen. Daarnaast worden alle paarden uit voorzorg elke twee weken klinisch gecheckt door onze vaste dierenarts. Voor ons is de dierenarts een belangrijk teamlid om feedback van te krijgen en mee te overleggen of een bepaald gevoel klopt. Ook de fysiotherapeute komt elke twee weken langs om de spieren van de paarden te controleren. Zij kijkt of er misschien iets vastzit, of er op bepaalde plekken meer spierspanning is en bijvoorbeeld ook of de bekken iets scheef staan. Dit is voornamelijk iets wat bij jonge paarden kan voorkomen en vraagt om een directe actie. Het is belangrijk om vanaf jonge leeftijd de paarden al goed te managen. Onze jonge paarden die nog niet op topniveau lopen krijgen dezelfde behandeling als de oudere paarden die dat wel doen. Dit alles om blessures te voorkomen en de paarden zo goed mogelijk voor te bereiden op het zwaardere werk.”

Uitgaan van de vorm

Net zoals veel topsporters werken ze op de Begijnhoeve ook met een planning. “Maar voor ons is dit meer een globaal plan, want we gaan eigenlijk altijd uit van de vorm van het paard die dag. Je kan wel plannen dat je een bepaalde dag je hele proef door wilt rijden, maar als je paard op dat moment niet helemaal in vorm voelt dan moet je afvragen of je daar beter van wordt. Persoonlijk houd ik hier in de training dan ook niet te veel aan vast en maak ik per dag een trainingsplan op basis van mijn gevoel op dat moment. Op een wedstrijd is dat natuurlijk anders, maar de trainingen zelf richten wij voornamelijk op gevoel.”

Veel variatie

De globale planning die de mannen maken is per paard verschillend, maar wel altijd volgens een bepaalde filosofie. “In principe kan je er zes dagen in de week op zitten, maar dat betekent niet dat we ze zes dagen aan het werk zetten. Soms laten we ze alleen lekker door hun lijf stappen op de renbaan. Dan heb je wel hun spieren losgemaakt, maar kunnen ze zich ook herstellen. Voor de rest delen we de trainingen vooral op in stukjes en bouwen we de training na een vrije dag geleidelijk weer op. De ene dag doen we wat meer drafwerk en de andere focussen we juist meer op de galop. Je kunt niet iedere dag alles uit de Grand Prix doorrijden, dus knippen we dat in stukjes met gerichte trainingen. Daarin volgen we wederom weer ons gevoel in tot waar we kunnen gaan. Als ze het zwaar krijgen kun je best even doorgaan, maar niet te lang. Je wilt immers voorkomen dat je ze echt de verzuring in rijdt. Daarom stappen we tussendoor ook vrij veel al, eigenlijk na elke oefening die we aanstippen stappen we wel een paar rondjes. We blijven ook nooit te lang een oefening doorrijden. Het is beter om korte stukjes intensief te rijden dan twintig minuten achter elkaar door te trainen.”

Wedstrijdvoorbereiding

Op de grote hamvraag hoe je nu het beste naar een wedstrijd toewerkt, is het wederom van het paard afhankelijk. “Maar als we zondag een proef hebben dan oefenen we meestal in de week daarvoor stukjes daarvan. Op de vrijdag rijden we dan bijvoorbeeld nog een keer de hele proef, zodat we zaterdag de dingen die nog moeilijk gingen nog een keer kunnen oefenen om zondag de wedstrijd te rijden. Voor een grote wedstrijd plannen we normaal gezien eerst een paar kleine wedstrijden of oefendressuur om zonder druk dingen te kunnen uitproberen. Met die feedback kun je verder plannen naar de grotere wedstrijden. En weet je of je paard juist langer nodig heeft om te herstellen of meer wedstrijdritme nodig heeft. Dit moet je per paard uitzoeken.”

Bekijk hier wat je kunt verwachten van Tommie en Rob op Horse Event 2021.