Goede bodem is belangrijk

Tips voor het opbouwen na een blessure

Een blessure bij je paard is al lastig genoeg, maar vaak moet het moeilijkste en zorgvuldigste klusje vervolgens nog komen: het opbouwen en revalideren. Revalidatie- en biomechanica specialist Thirza Hendriks geeft ons waardevolle tips waaraan te denken in deze periode.

Het revalidatieproces is natuurlijk compleet afhankelijk van het type blessure dat je paard heeft opgelopen. Maar iets wat wel na alle blessures de eerste stap is volgens Thirza Hendriks, is het bepalen van de belastbaarheid van je paard. “Even ervan uitgaande dat de medische kant van de blessure is opgelost, dan is de volgende stap om de markers van belastbaarheid te evalueren, namelijk de:

  • Anatomie -> hoe staat het er nu bij met de structuren en het lichaam
  • Biomechanica -> hoe beweegt het paard nu en zie je geen afwijkend bewegingspatroon meer (wees er wel zeker van dat je dit ook echt kunt herkennen)
  • Fysiologie -> hoe fit is het paard”
Fitheid meten

Thirza gaat verder met het gegeven dat bij een paard die een tijdje heeft stilgestaan het best kan zijn dat de algemene fitheid flink is gedaald. “Een fijne manier om hierachter te komen is het meten van fysiologische markers zoals hartslag en ademhaling. Je meet eerst in rust en daarna in stap waarbij je kijkt naar de relatieve verhoging en hoe snel het weer terug zakt
naar de rustwaardes. Zeker bij een revalidatie vind ik het fijn om met hartslagmeters te trainen om een gericht schema op te stellen met de juiste intervallen en rust momenten. En je kan hiermee ook heel goed meten in welke mate je paard vooruitgaat in de training.”

Welk element train je?

Wanneer Thirza weet wat het uitganspunt is van de revalidatie gaat ze kijken naar de trainingselementen. “Je kan de training richting op: snelheid, kracht, duur, lenigheid of coördinatie. Het hangt van de blessure af en waar je naartoe wilt, welke componenten je met elkaar combineert. Al hangen veel van deze elementen ook wel samen. Bij een knieprobleem focus je bijvoorbeeld vooral op coördinatie en later ook kracht om het stabieler te maken. Deze elementen zijn belangrijk om te bepalen, omdat je deze in een volgende stap helpen bij de keuze voor de juiste oefeningen. En vergeet vooral ook niet dat je in grondwerk veel oefeningen al kunt doen om je paard op weg te helpen zonder dat je deze belast door erop te gaan zitten. Het werken aan de hand is de eerste stap naar een betere houding en kan echt wel gezien worden als bewegingstherapie.”

Perfecte bodem

De bodem waar je op gaat trainen is ook een belangrijk punt. “Het ligt er natuurlijk aan wat voor bodem er beschikbaar is. Ook is de meeste geschikte bodem weer helemaal afhankelijk van de blessure en moet je aan de hand hiervan dus bepalen of het fijner is om op een zachte of harde bodem te gaan werken. En wil je op een vlak terrein trainen of wil je kracht ontwikkelen met behulp van heuvels of water? Is een longeerbak geschikter of grotere stukken rechtuit? Meestal is een droge grasmat het meest ideaal om op te beginnen, als je deze hebt. Kan je niet helemaal de perfecte omstandigheden creëren bij jou op stal? Kies er dan in ieder geval voor om je paard tussen de training door nog meer rustpauzes te geven.”

Technische elementen

Als je een trainingsdoel hebt, weet welke oefeningen hierbij passen en op welke bodem je gaat trainen dan kom je bij het technische trainingselement terecht. “Inderdaad: intervallen”, reageert Thirza direct. “Met name in dat laatste stukje gaat het snel fout. Over het algemeen zouden we in een trainingssessie zelf meer rustmomenten in moeten bouwen waarbij de aanspanning helemaal wordt losgelaten. Zeker in zwaardere gangen als draf en galop. In de natuur gebruikt een paard de galop voornamelijk voor sprintjes, maar wij galopperen gerust tien minuten. Daar is het paardenlijf eigenlijk helemaal niet op gebouwd. Lastig, want wij als mensen willen dan graag doorgaan, maar daarmee riskeer je juist overbelasting. Meten is weten, dus houdt continu je markers waaronder hartslag, spiertonus, ademhaling, zuiverheid en de houding van je paard in de gaten om te weten of je op de goede weg bent. Je moet wel echt kennis hebben van deze elementen tezamen, alleen hartslag meten is niet genoeg.”

Voorkom overbelasting

Thirza geeft ook aan dat een blessure heel vervelend is, maar het nog vervelender om na een stap vooruit weer drie stappen achteruit te doen omdat het snel weer overbelast is. “Daarom revalideer ik liever langzaam, maar vooruit. Daarbij is het enorm belangrijk om samen te werken met een goed team en de bevindingen van een dierenarts te koppelen aan de praktische kant van het trainen met een specialist op dat gebied. Weet wat je doel is en wat je traint en laat de oefeningen aansluiten bij dit doel. Doe geen oefeningen die hier niet bij passen of bij de conditie van de revalidatie passen om overbelasting te voorkomen. Ook recreatieruiters moeten dit niet onderschatten. Je denkt misschien dat ze niet zo zwaar trainen, maar dit is niet gegrond. Een recreatieruiter traint zijn paard zo veelzijdig waardoor er zo veel verschillende trainingselementen bij komen kijken en spiergroepen worden aangesproken waardoor dit toch vaak ook een zware belasting ten opzichte van een gerichte discipline is. Hier zou je dan ook zeker rekening mee moeten houden tijdens het revalidatieproces.”

Lees ook hoe je slimmer kan trainen met ruitervoorkeuren.