Kirsty 1 vergroot

Galoptraining: conditie opbouwen (van een eventingpaard)

Eventing is eigenlijk de triatlon van de paardensport. Elke combinatie (ruiter en paard) moet drie onderdelen kunnen uitvoeren: dressuur, springen en crossen. Om alle drie de onderdelen goed te volbrengen is het belangrijk dat zowel paard als ruiter een goede conditie hebben. Maar dan, hoe train je een goede conditie? En waar moet je op letten bij een galoptraining? Wij vroegen het de Nederlands Eventing kampioen Junioren 2020 Kristy Snepvangers.

Een goede conditie is nodig om gevaarlijke situaties te voorkomen

Een van de onderdelen van eventing is de cross. Hierbij leg je op hoge snelheden een parcours af, waarbij je over boomstamen, sloten, tafels en waterbakken springt. Hiervoor heb je lef, doorzettingsvermogen, veel vertrouwen in je paard én een topconditie nodig. Kristy: “Natuurlijk is het afhankelijk van het niveau dat je rijdt of een bewuste conditietraining, zoals galoptraining, belangrijk is. Op het laagste niveau is het vaak al voldoende om je paard regelmatig een keer mee te nemen naar het bos en daar wat langere stukken te laten galopperen op een tempo dat wat hoger ligt dan normaal. Als je daarnaast regelmatig traint, bijvoorbeeld dressuurmatig of een springtraining, dan mag je er vanuit gaan dat je paard voldoende conditie heeft om een B-cross parcours te rijden.

Naarmate je op een hoger niveau gaat rijden, zul je merken dat de intensiteit van de sprongen en de lengte van de cross toenemen. Dan is het dus zeker belangrijk dat jouw paard een goede conditie heeft. Je wil immers niet dat je paard aan het einde van cross moe wordt, waardoor zijn concentratie afneemt. Dit kan zorgen voor inschattingsfouten bij je paard of een been dat blijft hangen, wat gevaarlijke situaties kan opleveren.”

De bodem en correct harnachement is van groot belang

Een van de manieren om conditie op te bouwen is galoptraining. Voordat je kunt beginnen met deze vorm van trainen, is het van belang dat de bodem en het harnachement op orde zijn. “Safety first. Een bodem moet goed voelen. Een te harde bodem is niet goed, maar een te zachte of natte bodem kan ook gevaarlijk zijn. Als je twijfelt over een bodem, dan raad ik het af om een galoptraining te houden. De meest voorkomende (pees)blessures komen door het trainen van paarden op verkeerde bodems.

Dit houdt niet in dat je persé op een keurig strak aangelegde bodem moet trainen. Juist paarden die op vele verschillende bodems lopen, worden handig in hun balans en hiermee ook in het schakelen op de verschillende bodems. In de cross is dit in je voordeel, omdat elke cross ook een diversiteit aan bodems bevat, zoals bos, gras, akkers, zachtere en hardere bodems. Hoe meer je afwisselt in je trainingen, hoe sneller je paard leert schakelen”, aldus Kristy.

Ook voor het harnachement heeft Kristy goede tips. “Ga je voor de eerste keer een galoptraining doen met je paard, zorg dan dat je spullen op orde zijn. De betekend dat je rijdt met een goed passend zadel, singel en hoofdstel. Eventueel kun je daar een borsttuig of martingaal aan toe voegen. Verder is goede beenbescherming, die speciaal voor de eventing bestemd is, ook van belang. Deze peesbeschermers hebben vaak een betere schokbescherming tegen harde klappen van buitenaf en kunnen de warmte beter reguleren. Belangrijk, want bij een galoptraining worden de benen uiteraard warm en deze warmte moet goed weg kunnen. Niet alleen voor het paard, maar ook voor als ruiter moet je aan de veiligheid denken. Zorg voor een goed passende cap en een bodyprotector.”

Hoe begin je met galoptrainingen?

Oké, je hebt beslist dat je middels galoptraining wil werken aan een beter conditie van jouw paard, je beschikt over een pad met de juiste bodem en het juiste harnachement, en dan? Hoe begin je? Kristy: “Zorg vooral dat je het niet te ingewikkeld maakt. Jij kent jouw paard het beste, blijf dus vooral naar je ruitergevoel luisteren. Om te beginnen zou kunnen starten met twee minuten galopperen op een hoger tempo dan de arbeidsgalop. Vervolgens ga je twee minuten stappen. Voel je dat je paard snel weer terug op adem is en niet overmatig zweet? Dan kun je na deze rustfase nogmaals twee minuten galopperen. Dit noemen we interval training.

Een andere intervaltraining, die ikzelf ook regelmatig gebruik, gaat als volgt: galoppeer eerst een bepaalde afstand in een langzame (of rustigere) galop. Neem dan een stappauze. Daarna rijd je dezelfde afstand in een snellere galop, waarna je weer een stappauze inlast. Tenslotte rijd je nog een keer dezelfde afstand, maar dan wederom in het langzame langzame (of rustigere) tempo dat je de eerste keer ook aanhield. Vuistregel is hierbij dat je pas weer gaat galopperen als je paard rustig ademt.

Als je deze trainingen een of twee keer per week doet, dan zouden de ‘adempauzes’ langzaam korter moeten worden. Bij het opbouwen van een dergelijke conditietraining kun je ofwel de afstand die je galoppeert ofwel de duur van de galopsessies elke twee tot drie weken opvoeren. Let op, verander nooit beiden tegelijkertijd!”

Hoe werkt het trainen met een hartslagmeter?

Een hartslagmeter wordt tussen de singel en het paard bevestigd en zend door middel van elektroden het signaal van de hartslag door naar een horloge of smartphone. Ter voorbereiding op de hogere eventingklasses wordt deze tool vaak gebruikt om nog gerichter te kunnen trainen. “Ik gebruik ook een hartslagmeter wanneer ik me voorbereid op het nieuwe eventingseizoen. Hierdoor weet ik precies wanneer een paard zijn omslagpunt heeft. Dit verschilt per paard, net als dat het per paard verschilt wanneer deze optimaal fit is. De hartslag van een paard is in rust 28 tot 40 slagen per minuut. Na inspanning kan de hartslagfrequentie behoorlijk oplopen. Dit zien we ook bij de ademhaling. De ademhaling van een paard is in rust 8 tot 14 keer. Bij inspanning kan de ademhaling oplopen tot 80 à 100 keer per minuut. Bij hoge inspanning is zelfs een ademhaling van 180 keer per minuut mogelijk.

Hoe sneller de ademhalingsfrequentie en de hartslag van je paard terugkomen naar het normale niveau, hoe beter de conditie van je paard. Als beiden na tien minuten nog meer dan twee keer zo hoog zijn dan normaal, dan weet je dat je paard nog niet fit genoeg is voor wat je vraagt en moet je een stapje terug doen.

Natuurlijk klinken deze cijfers heel interessant, maar ik vind het heel belangrijk dat je nooit je gevoel uitschakelt, wanneer je een hartslagmeter inschakelt. De elektroden in de hartslagmeter kunnen immers te droog worden en hierdoor verkeerde waarden aangeven. Het blijft dus belangrijk om te kijken naar het zweten, te luisteren naar de ademhaling en te voelen of je paard nog goed aanvoelt.”

Nog even wat tips op een rijtje

Voor de veiligheid van jezelf en jouw paard, en voor het plezier van de combinatie, ontvingen we nog een aantal tips van Kristy:

  1. Zorg dat je nooit alleen in het bos bent. Neem iemand te paard mee, of op de fiets. Paarden kunnen altijd schrikken, dan is het fijn dat er iemand bij je is.
  2. Kijk altijd goed vooruit, zodat je eventuele obstakels of ongelijke bodems vroegtijdig opmerkt.
  3. Zorg dat je de bodem vooraf geïnspecteerd hebt. In het bos is dit soms lastig, daarom train ik het liefste thuis. Wees je ervan bewust dat als je in het bos traint, er gaten in de grond kunnen zitten die konijnen, vossen of honden gegraven hebben. Ga dus nooit te hard in een bos waarvan je de bodem niet kent.
  4. Sommige paarden zijn heel enthousiast tijdens de galoptrainingen. Je kunt voor de zekerheid een safetybelt gebruiken. Dit is een riem die vast kan pakken als je paard gaat bokken.
  5. Werk ook aan je eigen conditie! Naast dat je paard goed over de finish moet komen, moet jij ook niet helemaal buitenadem zijn na afloop. Ga daarom hardlopen, fietsen of een andere sport doen die je leuk vind. Ook core stability oefeningen zijn heel nuttig om je balans op je paard te verbeteren.

Meer over Kristy:

Kristy is 16 jaar oud en woont samen met haar ouders op het melkveebedrijf Millstream in Bergen op Zoom. Ze komt uit een echte paardenfamilie en op dit moment traint en start ze drie paarden op internationaal niveau en leidt ze nog drie jonge paarden op. En dit alles naast school! Ondanks haar jonge leeftijd heeft Kristy al deelgenomen aan drie EK’s: twee keer bij de pony’s en één keer bij de paarden. Kristy heeft twee duidelijke doelen: ooit deelnemen aan de Military Boekelo in eigen land en ze hoopt ooit deel mogen nemen aan de Olympische Spelen. Wil jij Kristy volgen terwijl ze haar dromen najaagt? Op haar YouTube kanaal  en haar Instagram kanaal houdt Kristy alles bij over haar trainingen en de wedstrijden.